Main Index >> Media Index >> OK Computer Media | Dutch Media | 1997 Interviews
Radiohead
by Erik van den Berg / Photography: Hester Doove



In Engeland wordt er al heel druk over gedaan. Zoals daar over alles heel druk wordt gedaan. Laat je ditmaal echter eens wel gek maken: O.K. Computer, de eerdaags te ver-schijnen nieuwe CD van is verbluffend mooi en wordt beslist een van de Monumenten van 1997. En dat geheel zonder Britpop-invloeden, pak-kende drie-minuten-lied-jes of ander vrolijks. 'Als je blij en gelukkig bent, kun je geen goede muziek pro-duceren.' In de put met Thom Yorke.
Als hij eenmaal op zijn veel te grote driezits in zijn veel te grote Londense hotelkamer zit, wordt duidelijk dat ook Thom Yorke voldoet aan een vaak geschetste popsterren-tragiek: imposant op het podium, nietig en volstrekt on-ooglijk daarnaast. Zoals hij daar zit - klein, mager, bleek, fragiel, lodderoog, kort zwart piekhaar - heeft hij wel iets van een zielig vogeltje dat een halve dag tussen twee dak-pannen beklemd heeft gezeten en zojuist door een kordate brandweerman werd gered. In elk geval acht je dit wezen-tje niet in staat tot het maken van imposante meesterwer-ken als The Bends, de doorbraakplaat van zijn groep Ra-diohead uit 1995. En zou je hem er al helemaal niet van verdenken dat hij dat meesterwerk, samen met zijn groep, zojuist heeft overtroffen. Toch is het zo.

De nieuwe Radiohead-CD, O.K. Computer, is namelijk nog een tikkie mooier en indrukwekkender dan zijn voorganger. In twaalf meeslepende en overwegend inge-togen songs (waaronder het van de HELP-benefietplaat bekende Lucky en het al op de soundtrack van Romeo + Juliet opduikende Exit Music) sleuren Yorke, gitarist/toetsenman Jonny Greenwood, gitarist Ed O'Brien, bassist Colin Greenwood en drummer Phil Selway je mee op hun - zoals Yorke het uitdrukt - jakke-rende treinreis over de wereld. 'We komen nergens echt tot stilstand, maar ik neem als het ware overal wat foto's. Het zingen en leven in een band verschaft me die mogelijk-heid en daar ben ik blij om. Ik observeer veel en graag. Dat is voldoende voor me. Ik ben niet het type dat naast het jachtige sterrendom nog een kalm, gereguleerd priveleven nodig heeft.'
Het vogeltje is dus niet zielig en angstig, het vogeltje is ge-woon moe. Chronisch moe. Als ik bij wijze van riskante binnenkomer vertel dat ik de nieuwe Radiohead-plaat bij-zonder fraai en verslavend vind (not done aan het begin van een interview, ik weet het, maar/wd: it), leeft het dier-tje zichtbaar op. 'Dank je,' mompelt het. Het klinkt even verlegen als oprecht. 'Dank je... Sorry, maar ik moet dat soort dingen momenteel even horen. Ik heb 't hard nodig.' Op de vraag of het vogeltje soms twijfelt aan de kwaliteit van de nieuwe CD, volgt een lange stilte. Het vogeltje gaat vervolgens rechtop zitten, buigt zich naar de recorder toe en transformeert langzaam weer tot Thom Yorke. 'We zijn nog erg onzeker over de nieuwe plaat. De manier waarop we eraan gewerkt hebben, was voor ons nogal... ongebrui-kelijk. Dus als mensen zeggen dat ze 'm goed vinden, denk ik alleen maar: misschien heeft het dan toch gewerkt' Leg eens uit.
'Ach, het was in feite niets nieuws. We wilden deze keer ge-woon alles in eigen hand houden. En tegelijk terugkeren naar onze oude werkwijze. Vroeger gingen we met de hele band naar het huis van Jonny en Colin en zetten een vier-sporenrecorder in ons midden. Vervolgens gingen we ideeen spuien. Dat hebben we nu weer gedaan. In de tussentijd luisterden we veel naar oude krautrock-bands als Faust; bands die er op uit waren om zoveel mogelijk toe-vallige en willekeurige dingen vastte leggen en uiteindelijk de magische momenten te isoleren.' Vanwaar juist die werkwijze? 'Omdat we ons zorgen maakten over... We wilden kunnen doen wat we wilden, zonder onszelf al bij voorbaat te cen-sureren en te denken: ho, wacht, dat kan niet, dat strookt niet met het beeld dat de buitenwereld van Radiohead heeft - wat dat ook mag zijn. De meest extreme manier om dat weer te bereiken, was een terugkeer naar een volledig autonome werkwijze, zonder tijdslimiet en volledig ver-trouwend op toevalligheden. We voelden dat alle vijf als een noodza-kelijke stap. Of het uiteindelijk ook zou werken, was niet eens relevant.' Hadje er vertwuwen in? 'Nee [lacht]. Maar we hebben dan ook behoorlijk extreme dingen ge-daan, puur om onszelf de illusie van totale onafhankelijkheid te geven. We hebben bijvoorbeeld een eigen portable studio gekocht, en stapels instruments die we helemaal niet kon-den bespelen. Het was eigenlijk meer uit baldadigheid. Een impulsieve vorm van verzet. We wilden de vrij-heid hebben om, als we dat wilden, een hele dag niets te doen. En nie-mand die er dan wat van kon zeggen, want het was onze studio en onze tijd.'
En, heeft het uiteindelijk ge-werkt?
Tot op zekere hoogte. Op een goede dag kwam Jonny de studio binnen en zei: I'm fucking sick of this. En dat waren we eigenlijk allemaal. Enerzijds zaten we te kicken op onze vrijheid, maar anderzijds kwam er bar weinig uit onze handen. We beseften ineens dat er snel dingen afgemaakt moesten worden, omdat we anders nog jaren in de studio zouden blijven zitten. Toen hebben we binnen een dag alle belangrijke knopen doorgehakt. We hebben al het materi-aal nog eens doorgenomen en de goede dingen emit ge-pikt. Daar zijn we mee verder gegaan. Onze aanvankelijke werkwijze beschouwen we nu maar als een goed startpunt. Een noodzakelijk leerproces, waar we als band doorheen moesten.'

Het eerste wat ik in de pers over het thema van O.K. Computer las, was heerlijk vaag. De plaat zou draaien om een zoektocht naar de betekenis van het universum, ofzoiets. 'Ha! Dat was de fucking NME. Dat hadden ze uit de derde hand, vermoed ik.' Waar draait het dan allemaal wel om?
'In onbeduidende interviews is mijn standaard-antwoord tot nu toe: een soort science fiction. Een ideaalbeeld van de toekomst, blabla. Maar daar gaat 't niet echt over. Je moet weten dat de teksten deze keer nauwelijks over mij-zelf gaan. Al hebben veel mensen er al allerlei introspectief exorcisme in herkend [lacht]. Ik heb doelbewust gepro-beerd teksten te maken waarin ik personages kon opvoe-ren, liefst met verschillende stemmen. Dat sloot goed aan bij de inspiratiebronnen: de dingen die ik tijdens hettoeren heb meegemaakt en gezien. Als ik de plaat nu terughoor, vind ik dat ik aardig ben geslaagd in die opzet. Het is een geheel. Ik krijg er in elk geval een eenduidig beeld bij.'
Hoe ziet dat er dan uit, voor jou?
'De plaat doet vooral... metallic aan. Niet in muzikale zin, maar in materiele. Het metaal van een prachtige roltrap, bijvoorbeeld. Metaal en wit marmer. Beelden van mooie, eind-twintigste-eeuwse materialen die in de architectuur worden gebruikt, die zie ik steeds voor me. Maar die verbleken weer als ik de songs loskoppel. Ik hoor vooral de klank van het geheel.'
En dat komt allemaal voort uit die vluchtige innerlijke snapshots die je on the road hebt genomen?
'Voor de helft. De rest kwam van de duizenden stemmen dieikin mijn hoofd hoorde.'
Pardon?
'Ik meen het. Tijdens het schrijven van de teksten werd ik gek van de stemmen in mijn hoofd. Ze kwamen voortdurend vanuit alle richtingen op me af. Zo nu en dan slaagde ik er in me op een stem te concentreren en 'm er uit te pikken. Dat werkte uitstekend. De teksten voor The Bends zijn destijds heel wat moeizamer tot stand gekomen. Toen kreeg ik pas wat op papier als ik dronken achterin de toerbus ging zitten.'
Maar waar kwamen die stemmen dan vandaan? Te veel aan de drugs gezeten?
'Nee, nee... Kijk, The Bends was in creatief opzicht heel bevrijdend voor me. Ik heb loads of shit in die plaat ver-werkt, op een heel nuttige en heilzame manier. Dat werkte heel bevrijdend. Z6 erg zelfs, dat ik pal daarna in een soort roes terechtkwam. Het was alleen geen aangename roes. Eerder een vreselijk irritante. Het spelen, het toeren, de verplichtingen... Het maakte me gek. Ik was doodmoe en intussen liepen er constant allerlei idioten om me heen, die allemaal iets van me moesten. Op het laatst zag ik alleen nog contouren van gezichten, die steeds een andere invul-ling kregen omdat er steeds nieuwe mensen voor me op-doken. Uiteindelijk genereerde dat een raar soort energie, die zich richtte op wat ik allemaal zag en hoorde. Ik besefte dat ik keuzes moest maken, dat ik de juiste factoren emit moest vissen. Maar ik voelde me als een hyperactief kind in een speelgoedwinkel, niet in staat om te kiezen. Vreemd genoeg bleek de hele groep daar last van te hebben. Dat openbaarde zich in die studio-gekte waar ik het net over had. We hebben in het wilde weg apparatuur aangeschaft, alleen maar om het te hebben. Ermee omgaan lukte niet. We wisten nauwelijks wat we deden.' Nuje het zo zegt, herken ik het wel. Vooral in de teksten. Ze zouden over duizend dingen tegelijk kunnen gaan... '...maar ook over niks, precies. And that's great.'

Het valt me op dat jullie songs meestal behoorlijk zwaar op de maag liggen. Een vrolijk, opgewekt liedje zul je bij Radiohead niet snel tegenkomen. 'Ik vind onze songs wel degelijk opgewekt. Maar inder-daad, niet op de manier van een fleurige auto-advertentie. Ik geloof er niet in dat je, als je blij en gelukkig bent, goede muziek kunt maken. Niet dat ik ons ermee zou durven ver-gelijken, maar neem nu de Talking Heads. Hun debuut, 77, was een plaat die op het eerste gehoor louter positieve tek-sten had, maar die toch heel beangstigend aanvoelde. Je hoeft die plaat maar een keer te horen om voorgoed te we-ten hoe zoiets kan werken.'
Maar bij de Talking Heads was er natuurlijk altijd de onderhuidse waanzin van David Byrne. Zit dat ook in jou?
'Grappig dat je dat vraagt. Als we niet op een podium staan, proberen we namelijk altijd zo normaal mogelijk te doen. Daar steken we zelfs bewust energie in. Maar als't op musiceren en optreden aankomt, doen we ineens din-gen die we normaal nooit zouden doen. Zeker toen we net begonnen, stoorde ik me eraan dat we zulke beladen mu-ziek maakten en tegelijk zo aardig en beleefd tegen ieder-eendeden.'
En dat hebben jullie nu beter in balans gebracht. 'Welnee [lacht]. Waarom zouden we? Die beleefdheid is nog steeds ons geheime wapen. Aardig doen tegen men-sen is de beste verdediging.'
Er zijn dus eigenlijk twee Thom Yorkes. De ene doet alsof-ie heel vriendelijk is, zoals nu, en de andere krijgen we niet te zien.
'Nee, zo erg is het niet. Maar nu je het er toch over hebt... Ik zag mezelf onlangs terug op een live-videoband en daar schrok ik van. Want soms bekeek ik mezelt en dacht: ja, dat ben ik. Maar net zo vaak dacht ik: wie is die kerel? Dan vroeg ik me af waarom ik me zo bewoog en leek het wel alsof ik naar een vreemdsoortig insect zat te kijken. Ot een dier in een kooi. Het leek in de verste verte niet op mij.' En in je teksten creeer je ook weer personages, zei je net. Wat leren al die typetjes ons over de ware Thom Yorke?
'Heel veel, denk ik. Ze laten zien hoe ik naar mensen kijk. En ze laten zien dat de ware Thom Yorke eigenlijk niets ver-borgen houdt. Als mensen me naar mijn priveleven vragen, zeg ik dat ik dat niet heb. Althans, niet in de zin van: dit zijn de dingen die al deed voor ik in Radiohead zat. Je weet wel, jobs and shit. Ik zit onafgebroken in die trein, als mezelf en als zanger van Radiohead. En ik neem zelf net zoveel fo-tootjes als die zanger. Ik zie zo'n levenswijze als heel posi-tief, want je leidt een vluchtig leven en ontsnapt zo aan veel vervelende verplichtingen en verantwoordelijkheden. Weet je, je zou hier eens met Colin over moeten praten. Die ziet het zorgeloze leven van de artiest nog als een veel groter privilege dan ik.'
Ontsnappen aan verplichtingen en verantwoordelijkheden, zeg je. Ik zeg: hier steken een paar onvolwassen kerels gewoon hun kop in het zand.
'O, zeker. Dat ontken ik niet. Het is puur escapisme. Meer dan de helft van O.K. Computer gaat daarover. En ik schaam meer niet voor.'
Escapisme heeft meestal twee kanten: je ontsnapt aan lets en zoekt tegelijk naar lets anders, lets be-ters.
'Een soort persoonlijk ideaal, bedoel je? Nee, dat heb ik niet. Ik gebruik escapisme als metafoor. Een metafoor waarin ik pas verval als er echt geen andere manier is om iets te zeggen. Het is een heel etfectieve manier om een missing link te verwoorden. Het meest escapistische moment van de nieuwe CD zit waar-schijnlijk in Fitter, Happier. We hebben de tekst ervan in een computer gestopt en er een spraakpro-gramma op losgelaten. Gewoon, standaard software. De tekst wordt nu gesproken door een emotieloze computerstem. Ik zie het als de ultie-me distantiering van je songtekst en je verantwoordelijkheid ervoor. Be-schouw het maar als een kruising tussen een statement en een experiment.'

Ik kan me vergissen, maar volgens mij bevat O.K. Computer heel wat religieuze verwijzingen.
'Je bent al de tweede die daar van-daag mee komt. Maar het is niet zo. Het enige concrete is volgens mij 'God loves His children, yeah' in Paranoid Android. En dat was gewoon een zin die al een tijdje in m'n hoofd zat en die ik wilde gebruiken.'
Misschien is het vanwege de surrealistische beel-den die hier en daar opduiken.
'Dat heeft te maken met het uitgangspunt voor de plaat, waar ik het daarstraks over had. Ik wilde m'n tekstuele vrij-heid terug. Ik wilde de vrijheid om zulke beelden weer schaamteloos te gebruiken. We wilden af van die op vOOR-hand toegepaste zelfcensuur.'
Geloof je in God?
'Ja. Da's de ultieme Spinal Tap-vraag, niet?' [lacht]
Karma Police opent met: 'arrest this man, he talks in maths, he buzzes like a fridge, he's like a detuned radio,' en 'arrest this girl, her Hitler hairdo is making me feel ill.' Wie hadje hier in gedachten?
'Dat ga ik je niet vertellen. Dat zou me in grote moeilijkhe-den brengen.'
Is't iets politieks?
'Nee, nee... Karma Police is gewoon een grap. Het is de enige grappige song op de plaat. Zo'n zinnetje als 'Karma police, arrest this man,' dat hoort eigenlijk thuis in een tekstballon, in een strip. In Paranoid Android zit een vergelijkbare benadering, heel cartoon-achtig allemaal. Dat hebben we in de bijbehorende videoclip nog verder uitgewerkt. Het blijkt dattekstpersonages bij mij al gauw iets stripfiguur-achtigs krijgen. Ik ben absoluut niet gei'nteresseerd in strips, maar de vorm is heel geschikt om personages recht tedoenzonderze meteenals stereotypen af te schilderen.'
Laten we het eens over jullie muziek hebben. Ik zou me kunnen voorstellen dat O.K. Computer voor veel luisteraars behoorlijk hoogdrempelig is...
'...en dat ze niet eens aan het aantal luisterbeurten toekomen dat er voor staat om de plaat volledig te doorgronden: minimaal vijf.'
Je haalt me de woorden uit de mond.
'Ach, ik weet 't niet. Er zijn inderdaad mensen die deze plaat zien als onze commerciele zelfmoord. Omdat 't geen echte popplaat is. Maar volgens mij staat-ie vol met poppy melodieen.'
Misschien is het niet het soort muziek dat men momenteel wil horen. Men wil Britpop, dance, harde gitaren. Jullie songs zullen voor menigeen te tijdrovend en ingewikkeld zijn.
'Dat zal best. Maar dit is nu eenmaal het enige wat we kunnen.'
Misschien moet je je maar troosten met de ge-dachte dat platen als The Bends en O.K. Computer uiteindelijk langer mee zullen gaan.
'Dat denk ik ook. Als ik naar mijn eigen favoriete platen kijk... Die hadden altijd vre-selijk veel tijd nodig om op meintewerken.'
Toch worden er weinig popplaten meer gemaakt waarop geen enkel liefdesliedje te vinden is.
'Doel je nu op de nieuwe plaat? Wei, ik ben niet verliefd, dus...'
...waarom zouje liefdesliedjes schrijven. Gelijk heb je.
'Eerlijk gezegd ben ik er gewoon niet zo goed in. Liefde werkt verlammend op me. Ik kan geen teksten schrijven als ik verliefd ben. Maar met wat goede wil kan Lucky wel voor een liefdesliedje door.'
Na de release van O.K. Computer wacht er weer een wereldtournee van anderhalfjaar. Kijkje daarnaaruit?
'Absoluut niet. Lange tournees vervullen me nog altijd met blinde paniek. Echt. Ik kan alleen maar hopen dat ik't allemaal overleef. Maar waar ik vooral paranoiide van word, is het gevoel dat we straks weer alle controle zullen verliezen. Dat we onze greep op de groep kwijtraken en alleen maar van de ene naar de andere verplichting gesleurd worden. Kijk, een CD opnemen is leuk, dat is creatief. Maar op een gegeven moment houdt dat op; dan geef je je afgeronde produkt aan je platenfirma, die drukt op go! en dan begint het hele circus. Fucking scary, geloof dat maar.'
Doen jullie aan carriereplanning? Enig idee waar het met Radiohead uiteindelijk naartoe moet?
'Wees maar blij dat Jonny hier niet zit. Bij het horen van het woord 'carriere' zou hij opstaan en de kamer uitlopen. Dat woord maakt 'm doodsbang. Mij ook, maar ik zal gewoon blijven zitten.'
Wat is er mis met dat woord?
'Niets, maar wij groeiden op in de jaren tachtig, een tijd-perk waarin 'carriere' betekende dat je bijvoorbeeld toren-hoge voorschotten kreeg voor albums die je nog niet eens had geschreven. Dat is het meest beangstigende dat ik kan bedenken. Waarom denk je dat wij snel onze eigen studio hebben gekocht? Dat betekende niet alleen totale vrijheid, maar ook dat we in elk geval nog een nieuwe CD kunnen opnemen. Een soort levensverzekering. Als alles om ons heen instort, hebben we onze muziek tenminste nog. Dat is ook meteen het enige dat echt van onszelf is. Al het andere is business.'